|
Ik kus verlegen haar gezicht, met schemerlicht beschreven en mag nu in gelaten wacht nog éénmaal haar omgeven.
De boodshap die ik tot haar richt vergeeft nu al haar woorden, het lied en de accoorden van wat zij ooit heeft aangericht.
Daarna raakt zij verweven met het raadsel van die nacht en mag zij zweven naar het licht, dat ik haar nooit kon geven.... ------
|