|
Verwinterd
Als de meeuw die neerstrijkt op een begraven zandbak en als
een enkel herfstblad dat paden langs de takken baant,
Zó teken ik een voetstap: een spoor van een enkel lettergreep uit mijn naam.
Voor de rest, ben ik verwinterd
slapend als de tuin.
De reis van zoeken
Waar zijn we? Je jas ruikt als altijd naar langgeleden-uitgevallen-dennennaalden
blijven hangen van de winter, net als herinneringen. Zoals elke avond de wolken
langzaam donkere vegen maken in de lucht, alsof ze verven tot alles
verdwenen is en hoe wij dan de wereld weer met lantaarns herschilderen.
We zijn als kunstenaars van patronen wanneer het grind kreunend kraakt onder onze voeten.
Laten we een reis beginnen, ik houd zo van onbegonnen roekeloos zoeken
en ook zo
van de nacht.
Als een stad in de ochtend
Je bent net, als een stad in de ochtend. Het dauw op het gras is als condens op je lippen, doorzichtig als glas en vochtig als je adem.
De kronkels in je lichaam zijn als verweerde straten met getekende stenen, als sporen in de groeven van je huid.
Hoe vaders vroeg de steden vullen, kinderen wekken, jassen ritsen, auto's starten, zo omarm je mij, rits je mij, start je mij, kus je mij.
Het grijs van de ochtend, het vangt zich in lege wegen en verbrokkeld asfalt. Zijn ontwakende stilte is zwijgzaam evenals jouw gedachten in de morgen.
|