Katrien Coppens

Poëzie

Herfst

in de achtertuin van de zomer
waar spinnen de dagen
dichter aan elkaar weven

schuifelt het zachte wezen
van oktober binnen
een ree met mist in de ogen

een vijvergodin glimlacht
haar marmeren tanden bloot
bloost boven haar laatste loof
 

 

Nucleaire jeugd

toen we nog dronken werden 
van limonade en sprookjeswitte sneeuw
de kaarten nog niet geschud

dansten we met de bomen in het bos
giechelden als leeuwenbekjes
het weer altijd in zomerjas

we woonden op hinkelafstand
van Nagasaki en Hiroshima
van wel tien bommenwerpers

op jacobsladders klommen we naar de hemel
bliezen argeloze bellen in de sprakeloze lucht
 

 

Badkamer Blues

daar kom ik haar wel es tegen
in tedere dampen, onfatsoenlijk jong

dan knipoogt ze, aarzelend en jacuzzi-blauw
herinnering monkelt om haar mondhoeken

te vroeg sopt ze het waas van herkenning af
ongenaakbaar, met tijdloze ogen

zo strijkt ze al mijn rimpels glad
hult me in comme des garçons
kleedt me met een glimlach

Poëzie © Katrien Coppens

Terug naar Schrijversweb 2010

Terug naar Schrijversweb

Terug naar Homepage