Ingrid Helsloot (2)

De ontmoeting

Mijn leven was al enige tijd een saaie pap van werken, het huishouden doen en t.v. kijken waarin het zout, in de vorm van een liefdesleven, ontbrak. In mijn dorp liep niemand rond waarvan mijn hart sneller ging kloppen en op mijn werk al evenmin.
Een vriendin van me had onlangs haar match gevonden via het internet. Ze noteerde de naam van de site die ze me zeer aanraadde omdat hij werkte met uitgebreide invullijsten zodat je in contact kwam met mannen die echt bij je pasten. Het idee stond mij behoorlijk tegen en leek me echt wat voor losers. Maar was ik dat niet?
Op een avond, na een paar wijntjes, maakte ik toch een profiel aan en binnen enkele minuten kreeg ik een lijst van kandidaten gepresenteerd. Ik moet zeggen dat er best wat interessante exemplaren voorbij kwamen die er ook niet al te beroerd uitzagen, als het tenminste allemaal waar was wat ze schreven. Eén profiel, waar geen foto bij stond, sprak me erg aan door de humor en de overeenkomsten over hoe we in het leven stonden. Mijn vriendin Maya was minder enthousiast.
‘Vraag je je niet af waarom iemand er geen foto bij zet?’ vroeg ze me. ‘Dat kan alleen maar betekenen dat hij mega oud is of afstotelijk.’
‘Of dat hij niet zo op uiterlijk gefixeerd is, Maya,’zei ik. ‘Ik heb nog nooit zo leuk met iemand kunnen kletsen en ik denk dat ik op zijn verzoek inga om elkaar te ontmoeten.’

Een maand later was het zo ver. Hij, Daniël, zou komen. Ik was naar de stad geweest en had mezelf in het nieuw gestoken. Ondanks dat ik niet van plan was op de eerste date uit de kleren te gaan had ik er een sexy lingeriesetje bijgekocht. Na een bezoek aan de kapper ging ik door naar de traiteur voor een exotische maaltijd met frisse rosé. Ik kocht wat bloemen en een lekker luchtje.

Tegen acht uur is alles in gereedheid. Zenuwachtig kijk ik op mijn horloge als de bel gaat.

De ondergaande zon laat het koperbeslag op de massieve, witte deur gloeien. Over tegels klikken hakken mij tegemoet. Een draai aan de sleutel bevrijdt het slot.  Als de deur openzwaait lijk ik voor een levend schilderij te staan. Ondergedompeld in een lichtbad van saffraan kijken de jaden ogen van een engel in wit gewaad naar mij op.
‘Hi, ik ben Daniël.’ Na mijn van verbijstering hees geworden woorden, overhandig ik haar een doos bonbons. 
‘Leuk je eindelijk te ontmoeten Daniël, ik ben Gwen.’ Ze glimlacht en haar tanden steken af tegen een karamelkleurige huid en een fontein van inktzwart haar.
‘Zo, dat ziet er goed uit,’zegt hij als hij de woonkamer binnenkomt. Gemengde boeketten wasemen hun erotisch parfum uit in het weelderig interieur. De voor twee gedekte tafel wacht in het kaarslicht.

De fantasie die ik rond Daniël had opgebouwd verbleekt in de begeerlijke werkelijkheid. Jaloers kijk ik hoe de hapjes tussen zijn lippen verdwijnen en vermorzelen tussen zijn krachtige kaken.
‘Dit is heerlijk, Gwen,’ kreunt hij en ik smelt door de wellust in zijn blik.
Tussen de gangen door vertelt hij dat hij na lange tijd in Amerika te hebben gewoond, hier een reclamebureau runt waarmee hij het zo druk heeft dat het daten op de normale manier onmogelijk maakt. Verder is hij een fanatiek duiker met de ambitie om ooit nog een eigen duikschool op te zetten.
Als we met een kop koffie op de bank zitten vraagt hij me naar mijn leven, mijn dromen en wensen voor de toekomst en waarom een aantrekkelijk persoon als ik in godsnaam via internet moet daten.
‘Dat kan ik ook aan jou vragen, maar waar het op neer komt is dat ik hier in de omgeving weinig leuke mannen ontmoet, dus ik wilde mijn horizon wat verbreden.’
Als ik hem vertel over mijn baan als kunstrestaurateur, luistert hij geïnteresseerd en verbaast me met zijn kennis over de oude meesters.
‘Het lijkt me leuk om weer eens wat musea te bezoeken. Misschien iets voor een tweede afspraak? Als ik tenminste door deze ronde heen kom.’
‘Maak je daar maar geen zorgen over,’ zeg ik en hij laat een crèmekleurige bonbon mijn mond in glijden. Met de room nog smeltend op mijn tong duwt hij zijn mond op de mijne. De vlinders die in beginsel nog fladderden in mijn buik gaan uitzinnig te keer en schieten alle kanten op als we samen op het tapijt rollen. Zijn knedende handen onderzoeken elk plekje van mijn lichaam waarna zijn mond ze afbakent met warme kussen. Zijn mannelijkheid stoot mij naar extatische hoogte. En dan wordt alles zwart.

Vanaf het voeteinde kijk ik op haar neer. Haar handen hangen hulpeloos in boeien aan de bedstijl. Haar voeten zijn gekruist met touw vastgebonden. De engel opent haar ogen.
‘Wat is er gebeurd?’ fluistert ze.
‘Ik heb de bonbonnetjes extra lekker gemaakt. Heeft je moeder je nooit vertelt geen snoep van vreemde mannen aan te nemen?’
‘Wat wil je van me?’
‘Dat doet er niet meer toe. Luister. Ik zal je een verhaaltje vertellen. Vroeger bij mij op school was er een jongen. Een doorsnee knul met doorsnee cijfers die zich met niemand bemoeide. Desondanks was hij altijd het mikpunt van pesterijen en werd hij aan de lopende band bespottelijk gemaakt. Dat vond de doorsnee jongen natuurlijk niet leuk. Maar er was één reden waarom hij het allemaal volhield. In zijn klas zat namelijk een meisje. Ze had lang golvend zwart haar, een gouden huid en de groenste ogen die hij ooit gezien had. Hoewel zij niet meedeed aan het pesten, deed zij iets dat vele malen erger was. Ze negeerde hem volkomen en keurde hem geen blik waardig, hoezeer hij daar ook op hoopte. Dat was wat zijn schooltijd echt verpestte.’
‘Wat heeft dat met ons te maken?’vraagt ze fronsend.
‘Dat zal ik je vertellen, Gwennie.’ Ik streel haar borsten en een rilling loopt door haar heen. ‘Dat meisje was jij. En die jongen, dat was Eric. Eric Vogels. Ik dus.’
Ze kijkt verbijsterd naar me op. ‘Jij? Dat kan niet. Eric zag er heel anders uit.’
Ik lach. ‘Ja, het heeft een hoop pijn en geld gekost om me te verlossen van dat omhulsel. Maar het was de moeite waard, vind je niet?’
‘Wat ben je met mij van plan?’ piept ze.
‘Jij gaat lijden, dagen lang. Eén dag voor ieder uur dat je me als lucht behandelde en geen poot uitstak om die rotzakken bij me weg te houden.’
‘Eric, het spijt me. Ik wist dit niet,’ kermt ze. Maar ik loop de kamer uit en sla de deur met een klap dicht
.

Buiten begint het te schemeren. Af en toe doezel ik in. Hoe heb ik ooit kunnen verlangen naar spanning en avontuur? Mijn saaie leventje lijkt me nu aantrekkelijker dan ooit.
Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat hij het huis verlaten heeft. Geen enkel geluid doet mij anders vermoeden.
Gillen heeft geen zin. Mijn huis is vrijstaand en de eerste buren wonen honderd meter verderop. Ik trek aan de boeien die vrij ruim om mijn dunne polsen zitten. Maar niet ruim genoeg. Mijn gedachten dwalen af naar een boek van Stephen King dat ik ooit las. Daar was ook een vrouw vastgebonden. Met een stuk glas had ze haar polsen laten bloeden waardoor ze uit de boeien geschoven was. Bij gebrek aan glas begin ik mijn handen te bewegen. Het ijzer schuurt mijn huid maar er is nog geen bloed te zien. Ik bijt mijn tanden op elkaar. Doorzetten.
De telefoon op het nachtkastje rinkelt. Na vier keer overgaan neemt het antwoordapparaat op.
‘Hi, liefie. Met Maya. Je had beloofd me te bellen dat alles goed was maar ik heb nog niets gehoord. Ik begin me een beetje zorgen te maken. Bel me zodra je dit hoort, wil je?’
Oh, Maya je moest eens weten hoezeer ik dat zou willen. Ik hoop dat haar ongerustheid zo groot wordt dat ze langskomt. Ze heeft een sleutel dus ze kan er in.
Het schuren met de boeien begint zijn vruchten af te werpen. Kleine, rode riviertjes stromen over mijn onderarmen. Ik wrik en trek en met veel pijn weet ik mijn rechterhand te bevrijden.
Op het moment dat ik met mijn linkerhand begin hoor ik de voordeur opgaan, gehaaste stappen klinken door de hal. Snel ga ik rechtop zitten, houd mijn rechterhand bij de linker en zet het hoofdkussen rechtop zodat hij niet ziet waarmee ik bezig ben.

‘Hi, schatje. Heb je me gemist?’ Hij kust mijn droge lippen. ‘Ik heb even wat spulletjes opgehaald om het nog gezelliger te maken.’
‘Eric, je komt hier niet mee weg. Ik moet morgen werken, ze zullen zich afvragen waar ik blijf.’
‘Maak je geen zorgen poes, wordt allemaal geregeld, ’ zegt hij waarna hij zich omdraait en met een plastic tas in de badkamer verdwijnt.
Even later komt hij er weer uit. Naakt loopt hij naar mijn kaptafel waar hij wat spullen klaarlegt waarna hij naast me komt zitten.
‘Zoals je ziet wind je me nog steeds op,’ zegt hij op zijn kruis wijzend. ‘Daar zullen we eerst wat aan moeten doen want ik kan zo niet werken.’ Hij kruipt over me heen en zijn tong gaat van mijn nek naar mijn borsten. Als hij hard aan mijn tepel zuigt pak ik de kandelaar die op mijn nachtkastje staat en ram hem op zijn slaap. Versuft gaat hij rechtop zitten. Ik breng mijn knieën omhoog en met mijn gebonden voeten stamp ik hem in zijn buik waardoor hij van het bed gelanceerd wordt en tegen de kaptafel vliegt. Ik hoor zijn nek knakken als hij neerkomt.
Hij beweegt niet meer.
Bevend steek ik mijn hand uit naar de telefoon en bel het alarmnummer.

Het eerste wat ik zie als ik mijn ogen opendoe is het zonlicht dat gefilterd door de gordijnen de kamer in groen licht zet. Ik lig op een vreemd bed. Mijn polsen zijn verbonden. Aan mijn bed zit Maya met naast haar een man die ik niet ken.
‘Hi lieverd. Wat ben ik blij dat je nog leeft,’ zegt mijn vriendin met tranen in haar ogen. De man naast haar stelt zich voor als rechercheur James Turner, een man van mijn leeftijd met een Amerikaans accent.
‘Mevrouw, ik ben op de hoogte van hetgeen zich in uw huis heeft afgespeeld. Het moet een ware hel voor u geweest zijn. De man die zich uitgaf voor Eric Vogels is dood. Oorzaak, een gebroken nek. U heeft zich kranig geweerd.
Een schok gaat door me heen. Ik heb een mens vermoord. Alsof hij mijn gedacht kan lezen zegt Turner: ‘U moet zichzelf geen verwijten maken. Het was u of hij.’
‘Weet zijn familie dat hij dood is?’ vraag ik de rechercheur.
‘We hebben zijn ouders gevonden en hen op de hoogte gesteld. Ze wisten dat hij zijn hele jeugd door u geobsedeerd is geweest. Zijn oude kamer hing vol met foto’s van u.’
‘Wisten ze dat hun zoon plastische chirurgie heeft ondergaan om een totaal ander uiterlijk te krijgen?’
‘Nee,’zegt Turner. ‘Hun zoon heeft op zijn twintigste zelfmoord gepleegd. De man die u gisteren aanviel is al tien jaar dood.’

De ontmoeting © Ingrid Helsloot (2)

Terug naar Schrijversweb 2010

Terug naar Schrijversweb

Terug naar Homepage