Homepage  Schrijversweb  Schrijversweb 2004  Herman de Mooij

Het schone kussen - Herman de Mooij

Het was een bescheiden feestje, die brulloft. Klaasje hechtte er wel aan het niet zomaar onopgemerkt te laten passeren. Zover had ze Daan wel weten te krijgen. Het was voor hem dan wel de tweede keer, maar dat gold niet voor haar. En het was nogal wat. Ze was tenslotte al eenendertig en voorbestemd om vrijgezel te blijven. Nu trouwde ze een weduwnaar met drie kleine kinderen die ze wel aardig vond maar verder nauwelijks kende. Ze was op voorspraak van Antje begonnen als huishoudster voor hele dagen, behalve de zondag, dan was ze vrij. Dat betekende dus ’s morgens in alle vroegte lopen van Katwijk aan Zee over de tolbrug naar Rijnsburg en ’s avonds na het eten weerom. Soms, als het weer erg beroerd was, bracht Daan haar een eindweegs met paard en wagen. Samen op de bok, met oliegoed tegen de regen. Niet tot voor de deur, de mensen praten zo gauw tegenwoordig. Die zorgzaamheid waardeerde ze toch wel in hem. De andere morgen moest ze dan toch weer lopen, maar goed, dat was ze gewend en wist ze van tevoren. Na een paar maanden, Daan was nog lang niet over het verlies van Jannetje heen, dat zag ze zo wel, begon hij onder het eten tussen twee happen door schoorvoetend over trouwen. Klaasje wees alleen maar met haar duim naar de scheurkalender naast de schoorsteenmantel en schudde zachtjes van neen. Maar toen hij drie maanden later het onderwerp opnieuw aansneed zei ze dat ze het er nog maar eens over moesten hebben. En nu, na ruim negen maanden, was het zover. De hele familie was er. De jongens van Daan natuurlijk, Jacob en Jan en de kleine Keesje, Daan ’s vader en moeder, Cornelis en Naatje, Geertje en Willem, Jacob en Antje, onze Jantje, en natuurlijk ome Sam met zijn tweede vrouw, Marie, en Klaasjes vader en moeder en zus Antje niet te vergeten. Eerst moest er op zaterdag voor de Burgemeester getrouwd worden, maar dat was maar een formaliteit. In de kerk, zondags daarna, daar trouwde je echt. Iedereen die Klaasje kende was er. De buren, de boeren, de kruideniers, hoge heren en daggelders, ze kende ze allemaal. Dominee Stoelendrayer had de dienst geleid en gepreekt over Boaz en Ruth, maar eerlijk gezegd beleefde ze het in een roes en was het meeste aan haar voorbijgegaan. Het ging ook allemaal zo snel. Na de kerkdienst werd het kersverse paar door iedereen gefeliciteerd en de goede wensen voor gezondheid en welzijn waren niet van de lucht. Klaasje had het gevoel er nu eindelijk bij te horen. Daarna gingen ze met z’n allen in optocht naar Daan ’s huis. Er hingen slingers van herfstbloemen aan de deur en er was koffie met likeur en een sigaar voor de mannen. En nóg een likeurtje voor de liefhebbers. De mannen gingen al gauw over op de borrel en de vrouwen namen een brandewijntje met suiker. Gelukkig werd er ook nog gegeten. De slachter had een best stuk vlees gebracht, het was een echt bruiloftsmaal en er was eten en drinken genoeg. Klaasje liet het allemaal maar over zich heenkomen. Antje en de buurvrouwen liepen af en aan om de gasten te bedienen en voor ze het in de gaten had was iedereen weer naar huis. De jongens slopen stilletjes naar zolder en daar zaten ze dan, ieder aan een kant van de tafel. Daan deed volgens haar vroeger dan anders de luiken dicht en liep een beetje doelloos heen en weer. Hij trok zijn gewone klompen aan en ging scharrelend over de plaats voor de zoveelste keer naar het stilletje. Nerveus had Klaasje het aangezien en geweten dat het er nu toch van zou komen. Ze was best gespannen en moest aan de woorden van haar moeder bij het afscheid denken die, met twee handen op Klaasjes arm, met een veelbetekenende blik in haar ogen niet meer dan Nou maid, veul sterkte wist uit te brengen. Ze nam haar nachtpon uit het rieten koffertje en legde haar op de hoek van de tafel. Voorzichtig maar snel ontkleedde ze zich, hing in haar naaktheid jurk en onderjurken over een stoelleuning en schoot snel de nachtpon aan. Op dat moment kwam Daan weer door de achterdeur binnen. Met een hoogrode kleur van schaamte keek Klaasje hem aan, beide armen kruislings voor haar lijf, de blik beurtelings naar Daan en de grond gericht. Ik docht, je zal wel naar bed wulle, stamelde ze zachtjes. Dat hebbie goet’edocht, bromde Daan en met een houterig gebaar opende hij de piepende bedsteedeurtjes.

Gaat alvast maar legge, zei hij schor, het schone kusse is voor jou.

Het schone kussen © Herman de Mooij

Homepage  Schrijversweb  Schrijversweb 2004  Herman de Mooij