Woordenstroom
Schrijvers
Verhalentop
Beoordelingen
Schrijversweb
Prozawedstrijd
Poëziewedstrijd
Debutanten
In eigen beheer
Van A-Z
Links
Koen Vlaeminck (2)

Een lege pillenstrip

Precies om negen belde ik die zaterdagmorgen bij haar aan. Ze ontving me in haar broeierige woonkamer. Haar voorkomen was een eerste ontgoocheling. Zwaarlijvig, fletse ogen als die van een gekookte vis, en een doorrookte basstem.
Ik had me de werkruimte van een waarzegster anders voorgesteld. Overal lag er rommel, en aan de muren hingen kitscherige schilderijen en souvenirs uit Benidorm en Tirol. Bovendien stoorde me de sissende snelkoker in de keuken, die een spruitjeslucht verspreidde.
'Is het belangrijk dat je erin gelooft?,' vroeg ik.
Tergend langzaam begon ze een stel tarotkaarten met de keerzijde naar boven op tafel te leggen.
'Geloof kan bergen verzetten, maar alleen inzicht kan je voor het kwade behoeden,' antwoordde ze zonder opkijken.
Ze legde de laatste kaart op tafel en staarde vijf tellen lang naar het rijtje.
'Wijs me nu een kaart aan, maar breng eerst je grootste probleem in gedachten.'
Ik keek haar vragend aan. Haar ogen bleven op de kaarten gericht.
Problemen heb ik niet, ging het door mijn hoofd; ik wil alleen maar weten of het verstandig is om op die nieuwe werkaanbieding in te gaan. Met lichte tegenzin wees ik een kaart aan. Ik had er al spijt van dat ik gekomen was. Vijftig euro voor… ja voor wat? Dat mijn collega zich zo gesterkt had gevoeld toen hij hier buitenging, was me een raadsel.
De warmte in de kamer werd ondraaglijk. Ik trok mijn pullover uit. De wijzers van een kitscherige koekoeksklok wezen tien over negen aan. Het plastic vogeltje schreeuwde het met een overslapen traagheid negenmaal uit.
'Doe het maar,' zei ze opeens.
'Pardon?'
'Doe het maar.'
'Doe maar wat? Van baan veranderen, bedoel je?'
'Zoals je zegt, van baan veranderen.'
Ik keek haar verstomd aan. Weer moest ik een kaart aanwijzen. Alle afbeeldingen leken me even kleurrijk en nietszeggend.  
Weer staarde ze vijf tellen lang naar het rijtje, en weer keek ze me met haar fletse ogen aan. 'Verander al je plannen voor vandaag. Stel ze uit tot morgen, of laat ze gewoonweg vallen.'
Ik streelde mijn verdroogde lippen met het puntje van mijn tong. 'En wat zou er kunnen gebeuren als ik dat niet doe?'
Een minuut lang hield ze haar vingers op een kaart waarop een skelet stond afgebeeld.
'Ik weet het niet,' zei ze hoofdschuddend. 'De kaarten blijven stom, maar negeer mijn waarschuwing niet.'  

Een halfuur na mijn aanbellen en vijftig euro armer, stapte ik in mijn wagen. Ik wist niet wat ik van dat mens moest denken. Had ik haar de spreekwoordelijke pap in de mond gegeven, of kon ze echt iets vertellen dat ze normaal gezien niet kon weten?
Terwijl ik naar de bibliotheek reed, maakte ik in gedachten een lijstje van wat ik die dag allemaal van plan was. De enige activiteit waarbij ik mogelijk gevaar liep, was mijn wekelijks zwemuurtje. Elke zaterdag, zomer en winter, ging ik omstreeks twee uur naar het zwembad in ons dorp. Vorig jaar was ik in het diep onwel geworden. Met volgelopen longen was ik op de bodem beland. De badmeester had me tijdig opgemerkt.
In de bibliotheek kon me weinig overkomen. Nog enkele minuten en ik was er. Plots hief ik mijn voet van het gaspedaal. De gedachte dat er misschien een late vrijdagnachtvierder onderweg was om me frontaal aan te rijden, deed me huiveren. Voorzichtiger dan anders keek ik voor me uit. Als een bejaarde zondagsrijder zette ik mijn weg verder.

Die namiddag deed ik het kalm aan in het zwembad. Ik waagde me niet in het diep en bleef dicht tegen de kant. Te midden van een handjevol kleine kinderen en enkele volwassenen gingen mijn gedachten al naar vanavond. Iedere zaterdagavond trakteerde ik mezelf op een dozijn biertjes. Tot hiertoe had ik geluk gehad. Nog nooit was ik beboet voor rijden onder invloed, en ik had nog nooit een ongeval veroorzaakt. Ik sidderde bij de gedachte iemand onder invloed dood te rijden of te verminken. Niets was erger dan dat, erger dan zelf om te komen. Ik zwoer dat ik die avond niets zou drinken.
Na een onbevredigend zwemuurtje ging ik naar huis. Mijn stille onrust over het onheil dat me mogelijk beloerde, was minder stil dan ik wilde toegeven.
Al wekenlang was ik van plan om in de woonkamer mijn nieuwe luchter te hangen. Ik had er die late namiddag nog ruim de tijd voor. Plots herinnerde ik me die keer dat ik er ten onrechte van overtuigd was dat ik de stroom had uitgeschakeld toen ik een stopcontact wilde vervangen. Ik stelde dat hoogtewerkje dan maar uit, en las verder in het boek dat ik begonnen was. Acht uur leek me een mooi tijdstip om vanavond door te rijden.

Zoals altijd op jongerenfuiven was er veel volk. Ik voelde me met mijn dertig plots te oud om tussen die springende, merendeel nog schoolgaande of pas afgestudeerden te staan. Manshoge luidsprekerboxen beukten met hun bassen tegen mijn borst. De schreeuwerige gesprekken met een stelletje leeftijdsgenoten konden me niet boeien. Elke keer weer dat gemekker over lenen, bouwen en carrière maken. Alleen de jonge vrouw die deel uitmaakte van de vijfhoek die we vormden, interesseerde me. Men had haar aan me voorgesteld als Mirjam, zonder meer, Mirjam. Ik had haar nog nooit gezien. Ik schatte ze midden twintig. Ze had een knap, scherp gezichtje met ijsblauwe ogen die een al even ijzige blik uitstraalden.
Die koelheid had iets uitdagends. Nu en dan deed ze met één haal haar sigaret rood aanlopen. De rook perste ze dan uit haar longen via de haarfijne spleet tussen haar lippen. Ik wilde zo snel mogelijk weten of ik me illusies mocht maken of niet. Was ze het nieuwe liefje van de kerel die haar aan me had voorgesteld? Of  was ze evenals ik op zoek naar een partner?
Mijn pogingen om een glimlach op haar dunne lippen te toveren, werden plots gestopt door een brandlucht die ik rook. Tien meter verder zag ik boven de hoofden hoogoplaaiende vlammen.
'Brand!,' schreeuwde ik.
De Switelbrand in Antwerpen kwam me weer voor ogen. Als levende fakkels had ik mensen de zaal zien uitvluchten. Deze keer wilde ik niet machteloos toekijken. Ik baande me al schreeuwend een weg naar een van zijdelingse nooduitgangen. Glazen en mensen gingen tegen de grond. Ik trok een schuifhendel opzij en duwde de nooddeur wagenwijd open. Vrieslucht sloeg in mijn gezicht.
Buiten adem staarde ik voorovergebogen, met mijn handen op mijn knieën naar het berijpte weiland dat naast het lokaal lag. Het verstrooide licht van verre straatlantaarns gaf de rijp een rokerige satijnglans .
'Ben je gek geworden?,' snauwde iemand.
Ik draaide me om en keek op het gezicht van een breedgeschouderde man. In het lokaal waren alle lichten aangestoken. De muziek was stopgezet, en in het deurgat stond een handjevol jongelui me vierkant uit te lachen.
De man die me had toegesnauwd, schudde zijn hoofd. 'Kom vlug weer binnen; straks hebben we allemaal een fleuris. Je mag de deur ook weer dichtdoen.'
Terwijl ik deed wat hij vroeg, drong tot me door dat ik een flater had begaan. Achter mijn rug was iedereen in een kring gaan staan. Toen ik me omdraaide, keek ik op wel honderd gniffelende gezichten. Een ogenblik later gingen de lichten weer uit en speelde de muziek verder.
Ik had zin om op te stappen. Een brandende asbak op de tapkast had mijn reputatie in rook doen opgaan. Toch vond ik het beter om mijn gezelschap op te zoeken en uit te leggen waarom ik in paniek geraakt was. Beter dan weg te vluchten en hen misschien in de waan te laten dat er bij mij een draadje los zat.
Mirjam was een en al oor toen ik over waarzeggerij begon. Ze geloofde erin, in tegenstelling tot mijn drie kennissen. Haar knappe gezicht en haar lichtgevende ogen deden me snel bekomen van mijn zopas doorstane emoties.
'Jammer dat we zo tegen elkaar moeten schreeuwen,' zei ze tegen me.
'Zeg dat wel. Misschien kunnen we er een andere keer en op een andere plaats over verder kletsen?'
Ik was boos op mezelf. Waarom had ik niet meteen voorgesteld om naar een nabijgelegen drankgelegenheid te rijden?
Ze lurkte aan haar sigaret en keek me onderzoekend aan. 'Waarom niet nu?'
Ik voelde mijn bloed, warm, maar gejaagd door mijn hoofd en geslachtsdelen stromen.
'Goed dan,' zei ik, alsof het een toegeving was.

In de auto hing een gespannen stilte, althans dat ervoer ik zo. De verwarming blies koude lucht. Ik begon aan een nieuw hoofdstuk met haar. Krampachtig zocht ik naar een openingszin.
'Ken je een van die gasten waar je bij stond?'
'Neen,' antwoordde ze aarzelend, alsof ze erover moest nadenken. 'Vuurtje vragen en blijven plakken.'
Weer viel er een, stilte. Ik was blij dat we al na enkele minuten een taverne hadden gevonden. Aan het raam was nog een tafel vrij.
In de goed verlichte gelagzaal leek ze me nog mooier. Ik kwam weer tot rust en maakte een compliment over haar mooie ogen. Een spaarzame glimlach flitste om haar mond.
De ober was onopgemerkt aan onze tafel komen staan en schraapte zijn keel.
'Wat wil je drinken?' vroeg ik haar.
'Een glas rode wijn,' zei ze tegen de ober, waarop ik een pint bestelde.  
'Je ging dus niet naar die waarzegster omdat je persoonlijke problemen hebt?,' vroeg ze.
Het woord waarzegster deed me verschrikt naar mijn horloge kijken. Tien uur. Nog twee uur, en ik kan die dwaze waarschuwing vergeten, ging het door mijn hoofd.
'Persoonlijke problemen, zei je? Ach, die heb ik soms ook, maar die los ik zelf wel op.'
'Alstublieft, wijntje voor mevrouw, pintje voor mijnheer,' zei de ober. 
Zoals meer gebeurde, smaakte het bier zoals nooit tevoren. Met één teug dronk ik mijn glas halfleeg.
Mirjam nipte aan haar wijntje. Haar ogen volgden het plateau waarmee de ober voorbijkwam. Een lekkere etenslucht woei naar ons toe. Ik keek de spijskaart in.
'Ik zie hier staan… een portie kaas, salami, olijven, of wil je iets warms, een snack? Misschien heb je wel honger?'
Niet veel later dampte op tafel een croque-monsieur speciale met daarnaast een knijpfles ketchup. Zelf hield ik het bij een portie oude kaas en nog een pint.
Als een uitgehongerde leeuwin wierp ze zich op haar bord. De gulzig afgesneden brokken op haar vork doopte ze bij iedere hap in de plas ketchup waarmee ze de groentegarnering verzopen had.
Telkens als ze haar mond had volgestouwd, staarde ze me al kauwend aan tot ze de vrijgekomen ruimte achter haar voortanden weer kon opvullen.
'Leven je ouders nog?,' vroeg ik toen ze haar bord had leeggegeten en een aalglad slablaadje uit de ketchup trachtte te plukken. Het deed me denken aan het opvissen van een vel uit een pot rode verf.
Zonder opkijken antwoordde ze in één adem: 'Mamma leeft nog, vader is al lang pierredood, en sinds mijn 18de woon ik alleen.'
'Ik ben apothekersassistent,' zei ik. 'Niets bijzonders; voorschriftjes lezen, poedertjes maken en honderdmaal per dag alstublieft en dankuwel tegen de klanten zeggen.'
'En ik ben werkzoekende.'
Met de zijkant van haar vork streepte ze haar bord schoon. Geen lijntje rood viel er nog te schrapen. Met een harde tik legde ze de vork op het porselein. Een lichte blos kleurde haar wangen.
Ik voelde dat ik het weer te pakken had. Mijn verliefdheid op dat mysterieuze wicht maakte me zweverig.

Na vijf pinten, en voor Mirjam hetzelfde aantal glaasjes rode wijn, reden we naar mijn appartement. Pas toen ik mijn wagen in de garage had gezet, herinnerde ik me mijn voornemen om niets te drinken. Ik keek grijnzend naar mijn horloge: elf uur. Die waarzegster had nog één uur om haar voorspelling waar te maken. Ik kwam stilaan tot de overtuiging dat ik aan het kwade ontsnapt was door die luchter niet te hangen of door me niet in het diepe zwemwater te begeven. 
Hoewel Mirjam haar knokige gewrichten en onontwikkelde borsten me aanvankelijk teleurstelden, werd het een onstuimige vrijpartij. Ze pijpte wild en gulzig, als een uitgehongerd olifantenkalf aan moeders tepel. Toch had dit alles iets mechanisch. Ik had de indruk dat ze er zelf weinig plezier aan beleefde.
Nadat ik in haar was klaargekomen, voelde ik nog altijd diezelfde verliefdheid. Ik zocht een vaste partner, toch durfde ik mijn hoop op haar niet stellen. Ze leek me een onevenwichtig iemand die eerder een marginaal bestaan leidde. In elkaars armen vielen we in slaap.

Een volle blaas dwong me om die nacht op te staan. In het toilet keek ik weer op mijn horloge. De dag waarin iets vreselijks ging gebeuren was al uren voorbij. Ik vroeg me af of ik een ramp vermeden had door deels rekening te houden met die waarzegster haar waarschuwingen, of was het beter om niet meer in waarzeggerij te geloven? Ik vreesde dat het voor altijd een geheim zou blijven.
Ik ging voorzichtig weer naast Mirjam liggen. Ze sliep vast; haar ademhaling was diep en regelmatig. Op haar mooie gezicht viel een schijntje maanlicht. Enkele ogenblikken later viel ik weer in slaap. 

Omstreeks acht uur 's morgens werd ik wakker. Naast mij lag niemand meer. Ik dacht dat ik alles gedroomd had. De vrouwenkleren die over een stoel hingen waren weg, en ook de schoenen die er onder stonden. Alleen één blonde haar op het hoofdkussen was het tastbare bewijs dat ik die nacht niet alleen had doorgebracht. Ze was ervandoor. Het deed me pijn, maar ik wist van het begin af dat ik me geen illusies mocht maken.
Zuchtend ging ik naar de badkamer. In de hal zag ik dat mijn jas op de grond lag. Uit mijn portefeuille was geld verdwenen, een briefje van 50 euro. Precies hetzelfde bedrag dat ik betaald had om te vernemen dat me iets kon overkomen.
Ik hoopte dat Mirjam het geld goed zou besteden. Ik voelde geen boosheid, maar wel hartenpijn. Dat ik aan die waarzegster geld verspild had, vond ik moeilijker te slikken. Door haar schuld was mijn zwemplezier bedorven en had ik me voor tweehonderd man belachelijk gemaakt.
Ik was van 50 euro beroofd en mijn hart deed pijn, maar voor geen geld had ik de voorbije nacht ongedaan willen maken.
Zuchtend ging ik naar de badkamer. Ik stak er het licht aan en keek geschrokken naar de spiegel. In rode lippenstift stond erop geschreven:

Bedankt, voor deze avond, je was lief voor me, maar voor ons is er geen toekomst. Ik heb niet lang meer.

Op de wastafel lag een lege pillenstrip. Tenofovir, las ik tot mijn ontzetting, een krachtige aidsremmer die dagelijks over de toonbank van onze apotheek gaat.
 

Een lege pillenstrip © Koen Vlaeminck (2)

Terug naar Schrijversweb 2008

Terug naar Schrijversweb

Terug naar Homepage