|
Al maanden zit het in mijn hoofd: de schommel. Heel hoog in de lucht "Laat los!" We zweven om het hoogst
een vleugelloze vogelvlucht.
De grote tuin, een paradijs van onkruid, moestuin, tuin vol kind en zure kersen, kraaigekrijs en rennen, blootsvoets, over grind.
Nu ben ik groot en later lacht. Grind doet mijn blote voeten pijn. De stilte staat hier steeds op wacht. Weg is dat uitgelaten zijn.
|
|