|
dichter
Kom maar even
dichter
zei je
en ik waande me
poëet
maar
met de snelheid
van het licht
wist ik
de relativiteit
van woorden.
herfstgedachte
Zo glijden mijn vingers tussen je tenen
en knisperen de laatste zandkorrels terwijl de middagzon zich dieper over ons buigt elke dag een beetje
als het goud uit je ogen met het rode van je woorden straks over de bomen dwarrelen
hou me dan vast en zomer me nog even…
de begrafenisondernemer
Je bent even uit-zonder-lijk
grapte je en dan krulden je witte tanden bloot.
Jij was telkens uitzonderlijk wist ik wel terwijl ik je bleke handen sloot.
|