|
in de lange witte gangen
van haar geest
komt hij soms nog
even voorbij
zij, die niet meer weet
leeft blij en zorgeloos
hij wast haar
kleedt haar aan
snijdt kleine
stukjes brood
zingt liedjes
uit haar kindertijd
in de kom van
haar schoot
omvat hij stil
haar rusteloze handen
|
|