|
Ik hou van je. Dit gezegd zijnde, is je fysieke aanwezigheid mij teveel. Jij laat teveel draden springen in mij,
En telt mijn wonden niet. Mijn oude lichaam Is een jas met veertig gaten; Tien barenslittekens, Dertig oorlogswonden, En jij scheurt hem verder.
Schoppenvrouw
Zij stak op een sigaret En wandelde naar het cabaret Poserend voor het leven
Lopend naar de dichtstbijzijnde tapdans
Haar wenkbrauwen vormden haar handdruk Ze was een weegschaal De Donau en oesters heel haar conversatie
Ze lag in de divan gebeiteld haar hobby's waren op koffiekopjes schieten, op flamingojacht gaan en haar oorlellen verkleinen
toch was zij niet jong meer en in de kleedkamers van de ruimte had haar tijd geslagen
haar silhouet overwintert nu in een luchtspiegeling
Stadslicht
De bomen reiken naar buiten uit Grijparmen strelen
Oh hoe blauw hoe grijs Hoe zwart een natuurplek kan zijn Meditatief oord tussen aluminium en instant beton Een kind loopt valt loopt
Wordt gedragen door lucht en wolken Lucht en wolken
Die eindigen in De zoete liefde van een stadslandschap Geef me een building een garage een bindplaats Smeer ze over mij En Offer ze aan mijn hart Ik zal herboren worden in een Dansende
Stedelijke horizonlijn
|