|
Kroeg
Je kunt hier niks beleven er valt alleen te zuipen
Als hier niks meer te zuipen valt dan kun je wat beleven
Terugkeer
De oude boeren bij de kassa somber in een rij gekromd gunnen me blijkbaar de tijd om met trekogen af te wachten
De spiedende ooghoeken in de opgepafte gezichten zijn een zwierig kleurkwatrijn
van modder, stront en volgzaamheid
Hun spletige varkensblikjes vernauwen zich in achterdocht als m'n tongval zich onthult
en volledig wordt gesnopen
Met m'n dikke zweetrug slik ik al m'n wensen door weer kind ontvlucht ik de kassawinkel
hun zwijgzaamheid een dolkstoot
Wijlen
Ben ik dat?
Een zwijgende pop vol desinteresse met ledematen stram en stijf een wassen soldaatje
dat niet meer marcheert
Ben ik dat?
In een zeemansgraf verzwolgen door Moeder Aarde toegedekt door hetere vuren verteerd in ijle lucht
opgelost
Ben ik dat?
Een dronkenschap, een haat een woord, wat vuile was een gebaar, een lach opgeslagen in geheugens
die op hun beurt weer doven tot alles weggebleekt is
|