|
Vergrootglas
Kijk, de vis bevriest bijna in zijn
kom
ga zitten.
Dit is weer waar we waren maar dan een jaar erna
spreek ik een taal die ik nog niet ken vertel jij je verhaal van wat je de wereld brengt
Al begrijp ik het niet helemaal, dit dromen
ergens is het gekomen en ooit stopt het wel dit spel met woorden dit wat wil ik worden
als alles kan wat je kiest.
De regen slaat tegen het aquarium van onze gedachten
en we heffen het glas wijn op dat we dus ook kunnen wachten
tot later
als we groot zijn.
Haar
Je haren waren
altijd kort en toch zo lang
dat ze pluk voor pluk stuk
kunnen gaan.
Om als sneeuwvlokken door je schouders te worden opgevangen,
nog even blijven
hangen
maar toch weer,
zonder pardon, neerdalen
tot onder de grond.
|